van de nova
uitspraken
Van de tuchtrechter
Recente uitspraken, geselecteerd en bewerkt door de Commissie Disciplinaire Rechtspraak, bestaande uit Tjitske Cieremans, Maurice Mooibroek en Robert Sanders.
Conflicterende belangen
- Hof van Discipline 12 april 2024, zaak nr. 230151 en 230152, ECLI:NL:TAHVD:2024:104 en ECLI:NL:TAHVD:2024:105.
- Advocatenwet artikel 46, gedragsregel 15.
- Overstappende advocaat mag op nieuwe kantoor geen kantoorgenoot laten optreden in een conflicterend belang wegens afspraak op oude kantoor.
Mr. X stapt in 2021 over naar een ander kantoor. Op zijn oude kantoor heeft hij in 2017 overeenkomsten opgesteld in het kader van een transactie tussen twee partijen, in opdracht van die twee partijen, waaronder een distributieovereenkomst tussen een van die twee partijen en vennootschap I die onderwerp was van de transactie. In het kader van die opdracht was afgesproken dat opdrachtnemer, het oude kantoor van mr. X, in geval een conflicterend belang tussen betrokken partijen zou ontstaan, voor geen van partijen kon optreden. Die afspraak was ook bevestigd aan vennootschap I.
Eind 2021, nadat mr. X dus is overgestapt en advocaat en partner werd bij het nieuwe kantoor, ontstaat een geschil over de distributieovereenkomst. Vennootschap I is altijd cliënt gebleven bij mr. X, op zijn oude en ook op zijn nieuwe kantoor. Vennootschap I vraagt mr. X op zijn nieuwe kantoor om bijstand, hetgeen mr. X weigert omdat hem dat niet vrijstaat. Mr. X verwijst naar een kantoorgenoot op zijn nieuwe kantoor, mr. Y. Mr. Y bevestigt zijn aantreden aan de wederpartij van vennootschap I, een van de twee partijen van de transactie van 2017 en gaat als advocaat tegen die wederpartij optreden in een procedure.
In april 2022 maakt die wederpartij bezwaar tegen dat optreden, onder verwijzing naar de opdrachtbevestiging van 2017. Mr. Y houdt echter vol en meent dat het hem vrijstaat te blijven optreden. Er had kennelijk overleg met de deken en zijn kantoor plaatsgevonden en dat had niet tot een andere conclusie geleid. In juni 2022 vindt ook nog een gezamenlijk overleg van partijen met de deken plaats. Ook dan wijzigt het standpunt niet. In augustus 2022 start mr. Y een tweede procedure. De wederpartij dient klachten in tegen beide advocaten: zowel mr. X als mr. Y.
Uiteindelijk onttrekt mr. Y zich als advocaat in beide procedures. Dat is in mei 2023, een maand nadat de raad zich over de tuchtklachten had uitgesproken. De behandeling werd toen overgedragen aan een advocaat buiten het (nieuwe) kantoor.
De klachten vinden namelijk gehoor bij de raad en later ook bij het hof.
Mr. X krijgt het verwijt dat hij heeft bewerkstelligd, of in elk geval goedgevonden, dat zijn kantoorgenoot Y de opdracht van vennootschap I aanneemt en zich daarmee in een met de wederpartij conflicterend belang begeeft. Volgens mr. X is er niets aan de hand omdat de afspraak van de opdracht van 2017 gold voor zijn oude kantoor en niet voor zijn nieuwe kantoor, dus ook niet voor advocaten van zijn nieuwe kantoor. Bovendien was de wederpartij nooit cliënt geweest bij mr. X.
Maar die vlieger gaat niet op volgens de raad en het hof. Mr. X heeft niet alleen cliënt vennootschap I maar ook de verplichting om niet op te treden in een conflict tussen oorspronkelijke bij de transactie betrokkenen meegenomen naar zijn nieuwe kantoor. De indertijd gemaakte afspraak geldt dus ook voor kantoorgenoten van het nieuwe kantoor. De wederpartij heeft de afspraak zo mogen begrijpen dat het moment van het ontstaan van het conflict relevant is en op dat moment mr. X én zijn kantoorgenoten zich zullen onthouden.
Bij het hof beroept mr. X zich nog op de uitspraak die later bekend is geworden als ‘Zwitserse overstapper’. Volgens mr. X zou een overstappende advocaat in het kader van zijn geheimhouding geen mededelingen mogen doen over informatie van zijn (voormalig) cliënt aan het nieuwe kantoor en is dat voldoende waarborg. Een verbod aan het nieuwe kantoor om op te treden, zou te ver voeren.
Het hof is het echter met het oordeel van de raad eens. Het hof legt nog eens de nadruk op de specifieke omstandigheden: de opdrachtbevestiging van 2017 waarin het oude kantoor bevestigde in een conflict voor geen van de partijen te zullen optreden. Een redelijke uitleg van die afspraak brengt mee dat ook kantoorgenoten binnen het nieuwe kantoor niet mogen optreden. Mr. X had aan zijn mededeling dat hij zelf niet kon optreden, moeten toevoegen dat het ook zijn (nieuwe) kantoor niet vrijstond.
Het hof bevestigt de door de raad opgelegde berisping. Een bezwaar tegen de zwaarte van de maatregel wijst het hof van de hand. Door de zaak naar een kantoorgenoot te verwijzen, nam mr. X bewust het risico van belangenverstrengeling, dat zich ook verwezenlijkte. De berisping is daarom op zijn plaats, aldus het hof.
Ook de klacht tegen mr. Y is gegrond. Die had in april 2022 immers kennis gekregen van de afspraak die voor mr. X en zijn oude kantoor gold om niet op te treden Mr. Y had toen moeten begrijpen dat het niet alleen mr. X op grond van die afspraak niet vrijstond om op te treden, maar ook mr. Y niet, die op dat moment immers kantoorgenoot was van mr. X. Dat hij ondanks de bezwaren de zaak is blijven behandelen, wordt hem zwaar aangerekend. Dat er nog overleg met de deken was geweest, maakte dat niet minder zwaar. Ook de berisping van mr. Y blijft staan.
Misbruik van tuchtrecht
- Hof van Discipline 22 april 2024, zaak nr. 230170, ECLI:NL:TAHVD:2024:118.
- Artikel 47b lid 1 Advocatenwet.
- Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht omdat hij in eerdere klacht al over het onderwerp had kunnen klagen. Misbruik van tuchtrecht.
Klager maakt mr. X verwijten over een pro-formaberoep dat mr. X in april 2020 voor klager heeft ingesteld. In november 2021 diende klager een klacht in tegen mr. X waarbij hij over dit onderwerp echter niet klaagde.
De raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. In het tuchtrecht geldt het ne bis in idem-beginsel; er kan niet voor een tweede maal worden geklaagd over een gedraging van een advocaat waarover de tuchtrechter al heeft geoordeeld. Daarnaast verzet het beginsel zich ertegen dat een advocaat, nadat is geoordeeld over een klacht die een bepaald feitencomplex betreft of een bepaalde oorsprong heeft, wordt geconfronteerd met een andere klacht van dezelfde klager die zijn grondslag vindt in datzelfde feitencomplex. Een advocaat moet erop kunnen vertrouwen dat een klager zijn klachten die hun oorsprong vinden in een bepaalde verhouding of feitencomplex concentreert in één klachtprocedure. Een advocaat moet er na de (onherroepelijke) beslissing van de tuchtrechter immers op kunnen vertrouwen dat de klacht definitief is afgewikkeld. Dit kan slechts anders zijn in uitzonderlijke omstandigheden waarbij klager feiten of omstandigheden aan de herhaalde klacht ten grondslag legt die hem bij de formulering van de eerdere klacht niet bekend waren en hem evenmin bekend konden zijn.
Die uitzonderlijke omstandigheden acht de raad niet aanwezig. Klager had volgens de raad in november 2021 ook al kunnen klagen over de verweten gedraging van mr. X in april 2020.
De raad heeft verder geoordeeld dat klager misbruik maakt van klachtrecht door het tuchtrecht op een lichtvaardige manier in te zetten door op klakkeloze en buitensporige wijze klachten tegen (vrijwel) alle advocaten die op zijn pad komen in te dienen. Klager moet er daarom rekening mee houden dat een volgende tuchtklacht die verband houdt met (de nasleep van) het geschil waarvoor deze advocaten waren ingeschakeld niet meer in behandeling zal worden genomen.
Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen en bekrachtigt de beslissing van de raad.