actueel

Pels Rijcken komt weg met waarschuwing

Na een reeks successen in het langlopend gevecht om het verschonings­recht heeft Stibbe een tegenslag moeten incasseren. De Raad van Discipline in Den Haag verklaarde in september de klachten tegen Pels Rijcken grotendeels ongegrond.

Stibbe diende verschillende klachten in tegen landsadvocaat Reimer Veldhuis, twee (voormalig) kantoorgenoten en het kantoor Pels Rijcken waar de landsadvocaat werkzaam is. Aanleiding was de strijd die het OM en Stibbe al jaren voeren over het schenden van het verschonings­recht. In de strafzaak Castor waarin Stibbe vermogensbeheerder Box Consultants bijstond, lazen het OM en de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst meer dan drieduizend mails tussen advocaten van Stibbe en hun cliënt. Dat leidde tot verschillende civiele en strafrechtelijke procedures, waarbij het OM steeds het onderspit dolf. Het OM heeft inmiddels het verschonings­recht van Stibbe-advocaat Daan Doorenbos geschonden.

Ook Pels Rijcken raakte betrokken bij het conflict. Een van de kantoorgenoten van de landsadvocaat bracht in februari 2016 een vertrouwelijk advies aan het OM uit over de haalbaarheid van een tuchtklacht tegen Doorenbos. Later diende de landsadvocaat die tuchtklacht ook daadwerkelijk in. De landsadvocaat en zijn kantoorgenoot beschikten daarbij over e‑mails die bij het strafrechtelijk onderzoek in beslag waren genomen.

Niet-ontvankelijk

Stibbe diende daarop op zijn beurt een klacht in tegen Pels Rijcken, maar krijgt nul op het rekest. Aan inhoudelijke behandeling van de klachten over het kantoor Pels Rijcken komt de Raad van Discipline niet toe. Volgens vaste (tucht)rechtspraak moet het bij klachten over een kantoor gaan om gedrag dat alle leden van een maatstap of alle bestuurders van een rechtspersoon kan worden aangerekend. De tegen Pels Rijcken gerichte klachten gaan volgens de raad alleen over de handelwijze van de landsadvocaat en de twee kantoor­genoten. De klachten over Pels Rijcken zijn daarom niet-ontvankelijk.

De klachten over de landsadvocaat en zijn kantoorgenoten zijn evenmin ontvankelijk of gegrond. Opnieuw wijst de raad inhoudelijke behandeling af omdat Doorenbos te lang heeft gewacht. ‘Een klager heeft in beginsel drie jaar de tijd om een klacht over een advocaat in te dienen en die termijn is overschreden.’

Verder verklaart de raad de klacht over het uitbrengen van het advies in 2016 door een van de kantoorgenoten van de landsadvocaat ongegrond. ‘Het OM heeft deze advocaat vertrouwelijk om advies gevraagd over een mogelijk in te dienen tuchtklacht en de advocaat mocht hierover adviseren. Hij heeft daarbij kennisgenomen en gebruikgemaakt van e‑mails waarvan inmiddels vaststaat dat daarop het verschonings­recht rust. Daarbij speelt een rol dat moet worden gekeken naar hoe de situatie op dat moment was. In de periode dat deze kwestie speelde, mocht de advocaat ervan uitgaan dat de e‑mails rechtmatig waren verkregen. Het was destijds niet evident dat het om verschonings­gerechtigde e‑mails ging en kennisneming van die e‑mails was noodzakelijk om het OM (vertrouwelijk) te kunnen adviseren. Gezien deze concrete omstandig­heden van het geval heeft de kantoorgenoot van de landsadvocaat met de kennisname en het gebruik van de e‑mails niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.’

De raad verklaart ook de klachten over het in de civiele procedures innemen van onjuiste stellingen ongegrond. ‘Een advocaat mag in beginsel uitgaan van de informatie die hij van een cliënt ontvangt. In dit geval bleek bovendien dat de advocaten kritische vragen aan de cliënt (het OM) hebben gesteld.’

Waarschuwing

De raad verklaart de klacht over het bewaren van de e‑mails door de landsadvocaat wél gegrond. ‘Ook nadat in een onherroepelijke uitspraak kwam vast te staan dat het verschonings­recht van Doorenbos was geschonden, heeft de landsadvocaat de bewuste e‑mails bewaard. Het blijven bewaren van e‑mails waarvan inmiddels was vastgesteld dat deze onder het verschonings­recht vallen, raakt de kernwaarde vertrouwelijkheid en is tuchtrechtelijk verwijtbaar.’ De raad legt aan de landsadvocaat een waarschuwing op.

Partijen hebben dertig dagen de tijd om tegen de beslissing van de raad hoger beroep in te stellen bij het Hof van Discipline. Eind september zei Stibbe zich nog te beraden.