vak & mens cover
De aantrekkingskracht van law hub Amsterdam is groter dan ooit. Meer en meer kantoren tonen hun gezicht in de hoofdstad. Om cliënten te lokken, maar vooral nieuwe medewerkers.
De aanzuigende werking van Amsterdam is geen nieuw fenomeen. Soms is het een paar jaar rustig, dan keert het tij en komen ze in groepjes. Firma’s vestigen er hun hoofdkantoor of openen een bijkantoor. ’s Lands grootste kantoor De Brauw liet in Den Haag in 2009 achter zich en betrok een pand aan de Zuidas. Een jaar later volgde het Rotterdamse Simmons & Simmons. Dit voorjaar concentreerde NautaDutilh zijn activiteiten in Amsterdam. Internationale firma’s die in Nederland neerstrijken, mikken sowieso op de hoofdstad. Ook van origine regionaal georiënteerde kantoren laten hun oog op Amsterdam vallen, zoals het Haagse BarentsKrans en het Nijmeegse Poelmann van den Broek.

Advocaten- en notarissenkantoor BarentsKrans opent op 1 november een vestiging op de Zuidas. Het wordt de tweede vestiging van het Haagse kantoor, dat al jaren zetelt aan het chique Lange Voorhout. Managing partner Jesse Zijlma legt uit dat BarentsKrans niet over één nacht is gegaan. ‘Het was de afgelopen tien jaar regelmatig onderwerp van gesprek. Tot twee jaar geleden zagen we de meerwaarde niet van een Amsterdams kantoor.’ Dat standpunt veranderde de afgelopen twee jaar, zegt Zijlma. ‘We merken op de arbeidsmarkt dat het ingewikkeld is om voor bepaalde rechtsgebieden de juiste medewerkers en partners aan te trekken. We zien dat juristen hun loopbaan starten in Amsterdam en daaromheen hun leven inrichten. Zij zien op tegen de reistijd naar Den Haag. Wij hebben hen hard nodig voor onze cliënten en het werk dat wij doen.’
Volgens Zijlma gaat het specifiek om advocaten die gespecialiseerd zijn in financiering en herstructurering, fusies en overnames en fintech. ‘In die werkvelden blijkt het lastig om ervaren medewerkers of partners te vinden die naar Den Haag willen komen.’
Van alle regio’s laat Amsterdam steevast de grootste groei zien. Waar de meeste arrondissementen jaarlijks minimaal groeien of zelfs licht krimpen, bedraagt de Amsterdamse aanwas steeds enkele procenten. Van de 19.000 Nederlandse advocaten staan er circa 6.750 ingeschreven bij de Amsterdamse balie. Dat is ruim 35 procent van het totaal. Het merendeel van hen werkt bij kantoren van twintig advocaten of meer. Vier jaar geleden herbergde Amsterdam 32 procent van de Nederlandse balie. Vorig jaar groeide het advocatenlegioen er met 3,65 procent.
Amsterdam telt ook de meeste kantoren, begin dit jaar waren dat er 1.051. Ter vergelijking: de andere grote steden hebben elk tussen de zes- of zevenhonderd kantoren. Eenpitters buiten beschouwing gelaten, telt Amsterdam bijna twintig procent van de kantoren. Rotterdam blijft in beide categorieën steken op ongeveer tien procent.
Voor de bestaande klanten maakt de plaats van vestiging niet zoveel verschil, zegt Zijlma. ‘Die vinden het geen probleem dat we niet in Amsterdam zitten. Maar in ons internationale netwerk wordt Amsterdam gezien als de plek waar de kwaliteitskantoren zitten. Daar is het vaak nodig om uit te leggen waarom je er niet bent gevestigd.’
BarentsKrans huurt kantoorruimte in 2Amsterdam, een van de Zuidastorens. Vooralsnog gaat het om een twintigtal werkplekken. Idealiter wordt de helft daarvan bezet door bestaande collega’s, de andere helft door nieuwkomers. Bij BarentsKrans werken circa negentig advocaten en notarissen. Eén kantoor, twee vestigingen, dat vraagt extra inzet van iedereen, realiseert Zijlma zich. ‘Nieuwe collega’s die werkzaam zijn in Amsterdam komen in het begin geregeld naar Den Haag. En ook andersom, zodat er uitwisseling is van kennis en je elkaar leert kennen. Het gaat tenslotte om teamwork en dan is het nodig dat je niet alleen via video of telefoon contact hebt, maar elkaar ook fysiek ontmoet.’

Verhuist in de toekomst het hele kantoor naar Amsterdam? ‘Die gedachte is natuurlijk ook bij ons opgekomen. Het is zeker niet onze ambitie om over vijf jaar in zijn geheel in Amsterdam te zitten. Of in Den Haag. Maar zegt nooit nooit.’
Gevoelsafstand
Poelmann van den Broek opende 1 september een tweede vestiging in Amsterdam. Het Nijmeegse kantoor richt zich op het ‘mkb-plus’ en op projectontwikkeling. Poelmann van den Broek is ongeveer half zo groot als BarentsKrans. De redenen om in Amsterdam neer te strijken, zijn min of meer dezelfde: markt en mensen.
‘We kiezen een strategische plek, dicht bij bestaande en nieuwe klanten,’ zegt Arjan Stuij, directeur van Poelmann van den Broek. ‘Traditioneel richtten we ons op de regio, maar door de jaren heen is ons klantenbestand steeds verder van Nijmegen verwijderd geraakt. Op een gegeven moment constateerden we dat we klanten misliepen door in Nijmegen te zitten.’
Stuij spreekt van gevoelsafstand en die mag in zijn ogen niet worden onderschat. ‘Of het nou om grote of kleine cliënten gaat. Je kunt prima via een scherm vergaderen, maar het is gewoon prettig om iemand in de ogen te kunnen kijken. Natuurlijk kunnen we vanuit Nijmegen ook naar Den Helder reizen. Maar een plek als Amsterdam heeft dan toch toegevoegde waarde, als je kijkt naar wat wij doen.’
Projectontwikkeling is daarbij het kernwoord, aldus Stuij. ‘We zijn sterk in bouw en vastgoed en kunnen ondernemers in die branche op alle vlakken bedienen. Denk aan aannemers, bouw- en installatiebedrijven. Projectontwikkeling komt daar ook geregeld bij kijken, maar als we heel eerlijk waren, konden we een deal in die hoek niet helemaal van a tot z begeleiden.’
Poelmann van den Broek zag met lede ogen aan dat bestaande klanten Amsterdamse kantoren in de arm namen, zodra ze aan projectontwikkeling gingen doen. Alle grote projectontwikkelaars zetelen sowieso in Amsterdam, legt Stuij uit. ‘Dus daar kwam een aantal dingen voor ons samen. Bovendien heb je nog ons internationale netwerk. Buitenlandse klanten die naar Nederland kijken, denken aan Amsterdam. Zo werkt dat nou eenmaal.’
Stuij noemt ook de arbeidsmarkt een belangrijke factor. Stuij: ‘Er is sprake van schaarste. De Nijmeegse vijver weten we goed te bevissen. Maar de vijver in Amsterdam is veel groter.’
Er is nog een derde reden om richting Amsterdam te gaan, zegt Stuij. ‘Het is gewoon een leuke ontwikkeling, die energie geeft. Ik merk dat medewerkers enthousiast worden van het feit dat wij deze stap nemen. Ik spreek ook mensen, zowel klanten als collega’s van andere kantoren, die het waarderen dat wij het lef tonen. Die zeggen dat het hen aanspreekt.’
Poelmann van den Broek kiest bewust niet voor de Zuidas, maar heeft voor nu vijftig vierkante meter kantoorruimte gevonden aan het Amstelplein, in de Mondriaantoren. De Zuidas past niet bij het profiel van de Nijmeegse firma, meent Stuij. ‘Als je je wilt onderscheiden van Zuidaskantoren, moet je niet op de Zuidas gaan zitten.’ Sterker, de Poelmann-klanten willen juist geen Zuidaskantoor, weet de directeur. ‘Dat heeft niet zozeer met geld te maken als met de tone of voice. Ze verlangen een hoog expertiseniveau, maar willen dat in gewone taal.’
‘In ons internationale netwerk wordt Amsterdam gezien als de plek waar de kwaliteitskantoren zitten’
De sprong naar het westen is niet helemaal zonder risico’s, realiseert Stuij zich. ‘Je moet oppassen dat je je niet vervreemdt van je bestaande klantenbestand, ook al zitten die relatief weinig in Nijmegen. We leggen lokaal ook uit waarom we dit doen. Om duidelijk te maken dat we dit niet doen omdat we Nijmegen niet meer belangrijk vinden. Integendeel, dat het voor extra toegevoegde waarde zorgt.’
Poelmann van den Broek heeft inmiddels een medewerker aangenomen die vooral vanuit Amsterdam gaat werken. Zij krijgt gezelschap van een roulerend gezelschap Nijmegenaren. Stuij zelf gaat er vooralsnog twee dagen per week heen. ‘De nieuwe vestiging mag geen eiland worden, er moet een regelmatige uitwisseling zijn. Je moet voorkomen dat het kantoor er een beetje bijhangt.’
Poelmann van den Broek telt acht partners, die – ‘na een gezonde discussie’ – unaniem instemden met het besluit. Stuij: ‘Het is een logische stap. Het ergste wat ons kan gebeuren is dat we over een paar jaar moeten vaststellen dat het niet is gelukt. Dan is het kantoor niet in elkaar gedonderd, dat kunnen we gemakkelijk hebben. Veel erger is als we over een paar jaar zouden betreuren dat we het niet hadden gedaan.’

Het kantoor stelt volgens de directeur geen harde financiële eisen aan het nieuwe bijkantoor. ‘We hebben daar best lang over gesproken. Wat is wijsheid? Het is gemakkelijk om er wat financiële parameters aan te hangen. Maar die mogen niet leidend zijn. Als kantoor hebben we een totaalstrategie, los van Amsterdam. Als wij onze plannen goed uitvoeren, gaat dat leiden tot extra omzet en extra fte’s. Dat leidt tot natuurlijke groei, voor het hele kantoor.’
Schiphol
Hertoghs advocaten waagde in 2017 de sprong naar Amsterdam. Het van oorsprong Bredase kantoor, gespecialiseerd in fiscale procedures en financiële fraude, had op dat moment ook een locatie in Rotterdam en opende een derde vestiging in Amsterdam. Inmiddels is Rotterdam gesloten en reizen de zestien advocaten tussen Breda en Amsterdam. De twee kantoren, één in de Randstad en één in de regio, bieden gezamenlijk een mooie balans, zeggen partners Anke Feenstra en Judith de Boer.

‘We hebben letterlijk een landelijke praktijk. Onze cliënten hebben de keuze. Veel mensen uit het zuiden en oosten vinden het prettig naar Breda te komen in plaats van naar Amsterdam,’ licht Judith de Boer toe. Andersom is dat ook zo, vult Anke Feenstra aan. ‘Voorheen hadden we ook wel internationale zaken, maar bleek Breda af en toe een heikel punt te zijn. De afgelopen jaren is onze internationale praktijk enorm gegroeid. We zien dat ook het Openbaar Ministerie internationaler is gaan werken. Het is dan handig om in Amsterdam en dus dicht bij Schiphol te zitten.’
Waar De Boer meestal vanuit Amsterdam opereert, heeft Feenstra Breda als uitvalsbasis. Ook de ondersteunende medewerkers huizen in Breda. Het wekelijks vaktechnisch overleg wordt door iedereen online bijgewoond, zegt De Boer. ‘Tussen de twee vakgebieden, fiscaal en strafrecht, bestaat de nodige overlap. De onderlinge kruisbestuiving tussen collega’s is groot. We hebben allemaal wel onze vaste werkplek, maar reizen zo nodig veel tussen de vestigingen.’
‘We zien dat juristen hun loopbaan starten in Amsterdam en daaromheen hun leven inrichten’
Voor het aantrekken van nieuwe medewerkers biedt het een voordeel om twee vestigingen te hebben. Feenstra: ‘Een van de redenen om in Amsterdam te gaan zitten, was dat het zuiden voor Randstedelingen vaak een brug te ver is. We halen onze kantoorgenoten het liefst uit het hele land. Amsterdam is qua woonplaats voor een aantal mensen interessant.’ De Boer: ‘We hebben ook goede mensen die van de Tilburg University komen. Wat dat betreft, hebben we het beste van twee werelden.’
Herkenbaarheid
Waar sommige kantoren bewust kiezen voor bilocatie, zijn er ook die daarvan teruggekomen. Het internationaal opererende CMS had in Nederland jarenlang vestigingen in zowel Amsterdam als Utrecht. Hoewel de firma wortelt in Utrecht, koos ze in 2020 volledig voor Amsterdam. In een twee jaar durende operatie verhuisden de Utrechtse CMS’ers en kregen alle 150 advocaten, notarissen en fiscalisten hun definitieve werkplek in een glazen toren aan de Parnassusweg. Al met al best een flink project, blikt managing partner Erik Vorst terug. ‘Het heeft ons de nodige moeite gekost. Beredeneerd vanuit de ratio was het een logische stap. Maar emoties speelden ook mee, ook al ging het hemelsbreed om een afstand van slechts 35 kilometer. We hebben een geschiedenis van meer dan honderd jaar in Utrecht en het was niet eenvoudig die los te laten. Ook al voelden we ons allang geen Utrechts kantoor meer. Maar we hebben een platte organisatiestructuur en de persoonlijke opvattingen en omstandigheden van de partners kwamen ook om de hoek kijken. De implementatie was per saldo moeilijker dan het besluit zelf.’

De keuze voor Amsterdam als enige zetel kwam eerder laat dan vroeg, legt Vorst uit. ‘Je zou kunnen zeggen dat we een been moesten bijtrekken. Dat had te maken met een ontwikkeling die al lang gaande was en zijn oorsprong vond in de tijd dat we heel breed van opzet waren. Destijds kenden we zowel een regionale, een nationale als een internationale oriëntatie. Op een gegeven moment besloten we om de focus te verleggen naar nationaal en internationaal, naar de bovenkant van de markt.’
De andere focus vergde ook een andere manier van werken. Vorst: ‘Dat high performance werk vraagt om grote inspanningen. Die kun je alleen maar leveren in teamverband en dus moet je bij elkaar gaan zitten.’
Als Zuidaskantoor kan CMS zich nu beter in de markt zetten, denkt Vorst. ‘Het gaat om een optelsom van factoren, waarvan huisvesting er één is. Hoewel we binnen de groep van Zuidaskantoren wellicht een iets minder gevestigde naam zijn, zijn we nu herkenbaarder als een van die Amsterdamse kantoren aan de Zuidas. Dat biedt de mogelijkheid ons iets anders te positioneren. We proberen de balans te vinden tussen dienend en zelfbewust. Waar het bedrijfsleven in toenemende mate vraagt om dienend leiderschap, denken wij dat de juridische markt vraagt om een meer dienende wijze van dienstverlening. We merken dat die signatuur door cliënten in de markt wordt herkend.’
Ook op de arbeidsmarkt betaalt de verbeterde herkenbaarheid zich uit, constateert Vorst. Belangrijk voor het kantoor, aldus de managing partner, want gestage groei is nodig om de gewenste marktpositie te verwerven. CMS verwacht eind dit jaar 185 juridische fte’s te herbergen, twintig procent meer dan twee jaar geleden. ‘Een mooi pand, fijne werkomgeving en moderne uitstraling zijn van belang. Jonge mensen vinden het fijn om in Amsterdam of omgeving te wonen. Maar het belangrijkst is toch ons profiel. De advocatuur wordt in toenemende mate met argusogen bekeken. Jonge mensen stellen zich de vraag of het niet te kapitalistisch en te weinig maatschappelijk is. En of er voldoende ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling. In die groep worden wij in toenemende mate gezien als een alternatief, als de gulden middenweg.’
Het vierde advocatenkantoor van Nederland, NautaDutilh, maakte begin dit jaar formeel een eind aan de bilocatie. Voor de ruim 250 advocaten, (kandidaat-)notarissen en fiscalisten is de standplaats voortaan de Amsterdamse Beethovenstraat. Het kantoor aan het Rotterdamse Weena is niet dicht, maar geldt voor de juristen nu als flex- en vergaderplek. De komende jaren wordt Rotterdam verder afgebouwd, zegt managing partner Sjoerd Meijer. ‘Eind 2022 besloten we over te gaan. Vanaf dat moment is de verhuizing voorbereid, in Rotterdam én Amsterdam. Daar moest ook het nodige worden aangepast om de drie praktijkgroepen, advocaten, kandidaat-notarissen en de belastingadviseurs te kunnen ontvangen. Dat gebeurde begin dit jaar. Ook was er een welkomstborrel, om iedereen goed te laten landen en een uitzwaaiborrel in Rotterdam. Nu zijn we dik een halfjaar verder. Mensen zijn gewend geraakt aan het reizen en het Amsterdamse kantoor. Al met al ben ik heel tevreden over het verloop van de operatie.’
NautaDutilh verlangt van de medewerkers dat ze drie van de vijf werkdagen op kantoor zijn. Voor partners ligt de lat op vier dagen. Het hybride werken was ook een factor bij de besluitvorming, zegt Meijer. ‘Covid was zeker een trigger. Nu mensen minder op kantoor zijn, is het extra belangrijk op één locatie te zitten vanwege die sociale cohesie en de samenwerking.’
‘Nu mensen minder op kantoor zijn, is het extra belangrijk op één locatie te zitten vanwege de sociale cohesie en samenwerking’
Al met al heeft het jaren geduurd voordat de kogel door de kerk was, memoreert Meijer. ‘Het is tenslotte een ingrijpende beslissing. Maar het is een gegeven dat Amsterdam als financieel centrum aan belang gewonnen heeft. Daarnaast is het onderscheid tussen Rotterdamse en Amsterdamse cliënten vervaagd. Voor internationale cliënten is Amsterdam het zakelijk hart van Nederland. Als je in New York of Londen het verschil tussen de beide steden wilt uitleggen, die op drie kwartier afstand van elkaar liggen, snappen ze daar sowieso niets van. En je ziet bij jonge medewerkers, zeker ook studenten, een neiging om in Amsterdam te willen werken.’
Big law
Naast de grote Nederlandse firma’s en de kleinere regionale spelers is er een derde categorie die Amsterdam weet te vinden: de Angelsaksische internationale firma’s. Een lange lijst van big law firms beschikt over een Amsterdamse vestiging. Ze volgen vaak eenvoudigweg hun cliënten. Voor het Britse Pinsent Masons was dat in 2021 aanleiding om een Amsterdams kantoor in te richten. ‘Een kwart van onze 250 grootste cliënten is actief in Nederland, dat hierdoor een belangrijke strategische markt is voor ons,’ gaf de Britse firma als voornaamste reden.

Squire Patton Boggs hanteert dezelfde strategie. De Britse firma opende dit voorjaar een klein kantoor in het WTC-gebouw. Partner Jeroen Sombezki: ‘Onze komst hier is ingegeven door de wens van onze klanten. Dat zijn met name internationale privaty equity partijen. De pan-Europese private equity markt is enorm gegroeid. De partijen die actief zijn in die markt kijken ook naar Nederland. Wij zijn altijd al een populair land geweest voor investeerders. Dat hangt ook samen met de Nederlandse institutionele beleggers en het feit dat Nederlandse ondernemers veelvuldig samenwerken met private equity partijen.’
De keuze voor Amsterdam was een ‘no-brainer’, aldus Sombezki, ook door de nabijheid van Schiphol en de aansluiting op de HSL. ‘Als je vervolgens kijkt naar de kleine afstanden binnen Nederland zelf, ligt een andere afweging niet voor de hand.’

Squire Amsterdam ging van start met twee partners en twee medewerkers. Eind dit jaar staat de teller naar verwachting op acht. ‘Nog steeds niet groot, maar wel een verdubbeling. We kiezen bewust voor organische groei. De motor achter onze groei is momenteel de corporate finance praktijk: M&A, private equity en herstructurering. We willen mensen aan ons verbinden die bekend zijn met de Nederlandse praktijk. Die ook in staat zijn om Nederlandse relaties in het buitenland te begeleiden.’
Potentiële nieuwe collega’s worden voornamelijk in de hoofdstad gezocht, zegt Sombezki. ‘Wij ontkomen evenmin aan the war on talent. Alleen om die reden is het fijn om in Amsterdam te zitten, want daar willen jonge mensen graag naartoe.’