column

Mr. X leverde geen cijfers

Kengetallen, jaarrekeningen, CCV-opgaves: slaapverwekkende woorden. Maar blijf wakker: mr. X kreeg 24 weken schorsing en twaalf voorwaardelijk omdat hij ze niet leverde.

Een lang feitenrelaas in een notendop: mr. X had het beste met zijn cliënten voor, maar bleef vanaf 2019 hopeloos in gebreke met het aanleveren van financiële informatie. Hij kreeg er in 2021 een berisping voor en in 2022 een schorsing van vier weken. Toch bleef mr. X maar verzuimen.

Misschien vond mr. X formulieren en cijfers vervelend en dan kan het zich opstapelen tot je er helemaal geen gat meer in ziet. Misschien zat hij ook krap: hij beriep zich een keer op de accountantskosten om te rechtvaardigen dat hij niet alles tegelijk in orde kon maken. Dat geld moest verdiend worden, schreef hij.

Van twee jaren kreeg de deken uiteindelijk conceptcijfers, maar nooit de definitieve, en daar bleef het wel zo’n beetje bij. Toen de Raad van Discipline mr. X in november 2023 wegens onverbeterlijkheid 36 weken schorsing oplegde, waarvan 24 voorwaardelijk, stelde mr. X dat twaalf weken op de bank het einde van zijn praktijk zou betekenen. Het was de inzet van zijn hoger beroep: hij erkende dat hij fout zat, maar mocht het alsjeblieft een voorwaardelijke schorsing zijn, desnoods met een langere proeftijd dan de opgelegde twee jaar?

Maar ja, mr. X was intussen nog steeds in gebreke met die cijfers. En het hof hechtte ook geen geloof aan zijn stelling dat hij een maand voor de zitting definitieve jaarstukken aan de deken had gemaild. De deken zei ze niet te hebben ontvangen en mr. X kwam niet met bewijzen.

Het hof stelde vast dat mr. X structureel weigerde om zich aan het toezicht te onderwerpen. Zo kon de deken zijn werk niet doen. Mr. X had heel veel kansen gehad, vond het hof, maar bleef in gebreke en leek de ernst van de zaak niet in te zien. Ook een last onder dwangsom die de deken had opgelegd – de bestuurs­rechtelijke weg, die dekens naast de tuchtrechtelijke kunnen inslaan – was volledig verbeurd. Een goede reden voor de ‘enorme tijdsoverschrijding’ had mr. X ook nooit gegeven.

De kansen waren op, en een langere proeftijd was wettelijk niet mogelijk. Het hoger beroep werd een extra dreun: het hof verhoogde de maatregel naar 24 weken onvoorwaardelijk en twaalf voorwaardelijk (ECLI:​NL:​TAHVD:​2024:145).