vak & mens

impact

Minister stuurde inspectie af op huisarts

In coronatijd stond Maurice Mooibroek (33) een huisarts bij die te maken kreeg met een tuchtklacht omdat hij offlabel medicatie voorschreef aan coronapatiënten. ‘Mijn beeld van de overheid is door deze zaak veranderd.’

‘Ik kan het niet ontkennen. Toen ik benaderd werd voor deze zaak dacht ik: kan dat zomaar? Antimalariamedicatie voorschrijven bij covidpatiënten? Ik kende het middel, had gelezen dat Trump deze medicatie ook gebruikt had toen hij ziek was en vroeg me oprecht af: is dit verdedigbaar? Maar tijdens mijn voorbereiding kantelde dat beeld. Mijn cliënt, een huisarts uit een klein dorp, had een goed onderbouwd verhaal.

Het was 2020 toen de betreffende arts te maken kreeg met covidpatiënten. Er waren nog geen vaccins en de ziekenhuizen lagen vol. Hij stond voor zijn gevoel met zijn rug tegen de muur. Na gedegen onderzoek –⁠ hij had vaak met deze middelen in de tropen gewerkt ⁠– besloot hij zowel een antimalariamiddel als een middel tegen wormen in lage doseringen voor te schrijven aan coronapatiënten. Deze patiënten kwamen niet in het ziekenhuis terecht en genazen. De huisarts kwam met zijn bevindingen landelijk in het nieuws. Hij had immers wellicht een middel tegen corona. De Inspectie Gezondheids­zorg kreeg er lucht van en was daar niet blij mee. Het onderzoek van de huisarts klopte volgens hen niet. Zij waren een stuk behoudender en gaven aan dat het zelfs risicovol was om deze medicatie offlabel –⁠ dus voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is ⁠– voor te schrijven. De arts werd op de vingers getikt, een maandenlange discussie volgde waarbij de huisarts het gevoel had dat zijn argumenten niet serieus genomen werden. Uiteindelijk besloot hij –⁠ onder druk en nadat hij er met juridische maatregelen waren gedreigd ⁠– te stoppen met het voorschrijven van de medicatie.

Impact

In de rubriek Impact vertelt een advocaat over een zaak die bovengemiddeld veel indruk maakte, daarmee het maatschappelijke belang van de advocatuur onderstrepend. Heeft u een soortgelijke ervaring die u wilt delen, stuur dan een e‑mail naar redactie@​advocaten​blad.nl.

Tot eind 2020, begin 2021. Er was een coronapiek en de ziekenhuizen lagen wederom overvol. Tegen zijn gevoel in besloot hij de middelen niet voor te schrijven aan een coronapatiënt. Deze patiënt overleed. De arts kwam op de begrafenis familieleden van de patiënt tegen en hij voelde zich schuldig, omdat hij voor zijn gevoel deze patiënt had kunnen redden. Vanaf toen gaf hij de middelen weer aan coronapatiënten en had hij een tuchtklacht én een boete aan zijn broek.

Toen ik mij op deze zaak voorbereidde, wist ik niet dat er veel vaker medicatie offlabel wordt voorgeschreven. Neem viagra bijvoorbeeld. Dat is van oorsprong bedoeld om een hoge bloeddruk en pijn in de borstkas te behandelen. Het had als bijwerking dat mannen er een erectie van krijgen. Nu wordt viagra met name voor dat laatste voorgeschreven. En zo zijn er legio andere voorbeelden van medicatiebehandelingen die nu regulier zijn, maar ooit offlabel gestart zijn. Ik merkte bij mezelf dat ik dacht: er is wel degelijk iets voor de handelwijze van de huisarts te zeggen. De medisch inhoudelijke discussie is verdedigbaar.’

Politieke inmenging

‘Ondertussen had een groep mensen die zich achter de huisarts schaarde op basis van de Wet openbaarheid van bestuur mailtjes en informatie opgevraagd omtrent het coronabeleid. Daaruit bleek dat Hugo de Jonge, destijds minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zich actief met de materie had bemoeid richting de inspectie. Sterker nog, hij vond de handelwijze van de huisarts ondermijnend voor het vaccinatiebeleid en vroeg letterlijk of de Inpectie “full force” wilde optreden. Hij vroeg zich hardop af of de huisarts zijn beroep nog wel kon uitoefenen.

Dit heb ik niet eerder in mijn carrière als advocaat meegemaakt: dat de politiek zich bemoeit met de onafhankelijke toezichthouder. Wat moet ik hiermee, dacht ik. Moet ik de politieke component betrekken bij mijn verdediging? Of leidt dat te veel af van de inhoud?

Wat de verdediging daarnaast lastig maakte, was de steun voor de huisarts vanuit een bepaalde hoek. Denk aan rechtse politieke partijen en mensen zoals Willem Engel. Als advocaat wilde ik dat niet helemaal negeren en het juridisch relevante eruit pikken, maar ik wilde ook niet dat mijn cliënt als wappie zou worden weggezet. We wilden serieus genomen worden. Ik overlegde veel met mijn kantoorgenoten over de te volgen strategie. Verder had ik aan niemand verteld dat ik de verdediging op me nam. Met name vanwege mijn geheimhoudingsplicht en het feit dat de zaak zoveel media-aandacht had. De huisarts liet zich op een bepaalde manier op social media uit, met termen als “geef mijn prikkie maar aan fikkie” en trok daarmee extra de aandacht. Ook deze uitlatingen waren onderdeel van de tuchtklacht.

Het regionaal tuchtcollege gaf ons in eerste instantie gelijk. Het offlabel voorschrijven van deze medicatie was niet fout omdat over de werkzaamheid geen wetenschappelijke consensus bestond. De uitlatingen op social media waren dat echter wél. Deze uitlatingen vielen niet binnen de vrijheid van meningsuiting, zoals ik betoogde. Het ongenuanceerd aanprijzen van bepaalde middelen leverde volgens het college geen bijdrage op aan de wetenschappelijke discussie. Hiervoor kreeg de huisarts dan ook een berisping.

De inspectie ging in hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege. De inmenging van De Jonge werd niet zuiver bevonden: tuchtrecht is niet bedoeld om artsen te disciplineren die in de ogen van de minister lastig zijn. In hoger beroep werd echter ook geoordeeld dat het offlabel voorschrijven van de medicatie tuchtrechtelijk niet door de beugel kon, ook al had de huisarts te goeder trouw gehandeld. Per saldo zette het Centraal Tuchtcollege de berisping om in een mildere waarschuwing.

We hadden een redelijk gevoel over de afloop. Het gebeurt niet vaak dat politieke inmenging in een vervolging zo expliciet door een rechter wordt aangenomen. Ik kreeg ook veel felicitaties van collega’s.

Deze zaak heeft indruk op me gemaakt. Niet omdat ik er slapeloze nachten van had –⁠ doordat mijn cliënt stressbestendig was en ik goed met hem kon overleggen is het niet onder mijn huid gekropen ⁠– maar omdat het mijn beeld van de overheid heeft veranderd. We zijn gewend de overheid als vriend te zien, althans: ik wel, maar ik ben heel anders naar de coviddiscussie en de maatregelen die destijds werden opgelegd gaan kijken. Het is allemaal niet zo zuiver als ik dacht. Er spelen zoveel belangen mee. Ik ben sceptischer geworden. Minder naïef wellicht.’