actueel interview

‘Ik ben bang dat de sociale advocatuur een uitstervend vak is’

SP’er Michiel van Nispen (41) vecht al een decennium in de Tweede Kamer voor goede toegang tot het recht. Echter, zijn zorgen over de toekomst van de sociale advocatuur worden eerder groter dan kleiner. ‘Dat ik in het coalitieakkoord niets teruglees over de rechtsbijstand vind ik onbegrijpelijk.’

Het waren spannende dagen voor de nummer 5 van de SP na de verkiezingen in november vorig jaar. De partij kreeg in eerste instantie vijf zetels toebedeeld, maar dat veranderde na een prognose van de kiescommissie. De vijfde zetel van de partij zou naar D66 gaan. Van Nispen werd gevraagd zijn kamer op te ruimen en mensen kwamen al afscheid van hem nemen. Tot het verlossende bericht na de definitieve telling. De SP kreeg vijf zetels en Van Nispen mocht door. ‘Ik was opgelucht en blij na die uiterst onzekere week. Ik voelde dat mijn werk in de Kamer nog lang niet klaar was, dus het was een grote teleurstelling geweest als ik moest stoppen.’

Zo geschiedde het dat Van Nispen begin april van dit jaar het tienjarig lidmaatschap van de Tweede Kamer mocht vieren. Boven aan zijn agenda staat vanaf dag één het verbeteren van de toegang tot het recht en in het verlengde daarvan de vergoedingen in de sociale advocatuur. ‘Er is op dat vlak het een en ander bereikt, maar er is nog veel werk aan de winkel.’

CV Michiel van Nispen (41)
  • Woonachtig in Breda
  • Getrouwd en vader van vier kinderen
  • Lid van de Tweede Kamer (SP) sinds 2014 Daarvoor beleidsmedewerker justitie (SP) en medewerker op advocaten­kantoren

Hoe kijkt u terug op de afgelopen tien jaar?

‘Er waren verschillende hoogtepunten die jammer genoeg gepaard gingen met diepte­punten. Neem de protesten van de sociaal advocaten in 2018. Die saamhorigheid en strijdvaardigheid zijn prachtig, maar tegelijkertijd treurig dat het nodig was. Dat mensen bereid zijn om in actie te komen, is mooi en het leverde uiteindelijk ook resultaat op. Het rapport van de commissie-Van der Meer was natuurlijk een hoogte­punt. Dat het dan weer tot het openbaar worden van het toeslagenschandaal moet duren voordat de uitkomsten navolging krijgen, is een dieptepunt. De ontwikkeling van mijn eigen voorstel voor Huizen van het Recht vind ik ook een belangrijk hoogtepunt met als mijlpaal het openen van een huis in Heerlen. Op persoonlijk vlak was ik trots op het winnen van de eerste Anker & Ankerprijs in 2022, een tweejaarlijkse prijs van de NVSA als eerbetoon aan oud-advocaten Wim en Hans Anker. Met de prijs hoopt de NVSA het belang van de rechtsstaat en een goed functionerende strafrechtadvocatuur te onderstrepen. Het gaat voor mij om de inhoud en niet om de mens en de politicus, maar het winnen van die prijs voelde wel als een soort erkenning en waardering voor mijn inzet al die jaren.’

Het opkomen voor de sociale advocatuur staat boven aan uw prioriteitenlijstje. Hoe is dat zo gekomen?

‘Dat heeft ten eerste met mijn ideologie te maken. Ik kan niet tegen onrecht. Dat is waarom ik ooit rechten ben gaan studeren. Vanaf 2007 was ik beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie van de SP van Jan de Wit. Hij was 25 jaar sociaal advocaat en heeft me laten zien waarom de sociale advocatuur zo belangrijk is. Goede toegang tot het recht hangt met veel dingen samen. Het gaat over rechtvaardigheid. Als je het niet kunt betalen, kun je je recht niet halen. De overheid moet zorgen voor dat juridische vangnet, voor bestaanszekerheid, het recht op rechtsbijstand en de toegang tot de rechter. Het staat nota bene in de Grondwet. Je kunt wel allerlei ingewikkelde wetten en regels hebben in een land, maar dan moet je ook hulp en bijstand organiseren voor als rechten worden geschonden of wetten en regels botsen met de fundamenten van de rechtsstaat. Het is mijn dure plicht als SP’er om te zorgen dat die toegang tot het recht voor iedereen verzekerd is.’

‘Je moet vanuit idealisme en passie voor het vak kunnen kiezen’

Moeten de commerciële kantoren daar wat u betreft een rol bij spelen?

‘Nee, zeker niet. Je zou denken dat ik daar als SP’er voor zou zijn, maar ik ben daar principieel op tegen. Om de simpele reden dat het de taak van de overheid is om te zorgen voor rechtsbijstand voor iedereen. Dan moet je niet afhankelijk zijn van de liefdadigheid van grote kantoren. Natuurlijk vind ik dat er op de Zuidas te veel wordt verdiend, maar los dat op met een belastingverhoging voor grote bedrijven en vermogenden. In het kader van de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Een beroepsgroep exclusief op laten draaien voor bepaalde bezuinigingen van de overheid uit het verleden is ridicuul en niet sociaal. Op samenwerkingen en het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld bibliotheken en AI-tools is natuurlijk niets tegen.’

U heeft er middels een motie voor gezorgd dat de sociale advocatuur op de kaart kwam binnen de beroepsopleiding. Hoe is dat voor de rechtenopleiding?

‘Ook in die opleiding moet de sociale advocatuur vanuit maatschappelijke verant­woordelijk­heid veel steviger verankerd worden. Het is een publieke taak om mensen warm te laten lopen voor de sociale advocatuur en te laten zien dat dat ook een optie is. Op banenmarkten krijg je altijd pennen en notitieblokken van de grote kantoren. Sociale kantoren hebben daar helemaal geen tijd en geld voor. Het moet natuurlijk wel van twee kanten komen. Je mag wat van de opleidingen vragen, maar dan moet de overheid er wel zorg voor dragen dat het vak aantrekkelijker wordt. De kloof is nog veel te groot, ondanks dat er wel wat stappen zijn gezet de afgelopen jaren. Je moet vanuit idealisme en passie voor het vak kunnen kiezen. Dan moet je er wel iets mee kunnen verdienen. Daar maak ik me grote zorgen over. Ik ben oprecht bang dat het een uitstervend vak is. Grote woorden, maar de vergrijzing en uitstroom in samenhang met een lage instroom voorspellen niet veel goeds. Het is problematisch voor de rechtzoekende en voor de sociaal advocaten zelf dat hun mooie vak wordt bedreigd. Juist zij signaleren waar het misgaat in de samenleving. Ik heb mijn hoop gevestigd op Van der Meer 2 die gaat kwantificeren hoeveel geld er nodig is om de vergoedingen omhoog te krijgen. Daar heb ik hoge verwachtingen van, want Van der Meer 1 betekende ook een doorbraak.’

Minder hoge verwachtingen zult u hebben van het toekomstige kabinet na de presentatie van het hoofdlijnenakkoord vorige maand.

‘Klopt, ik maak me daar grote zorgen over. Dat ik in het coalitieakkoord niets teruglees over de rechtsbijstand vind ik onbegrijpelijk. Na het toeslagenschandaal, na de ellende in Groningen. Het enige wat er staat is dat de rechtsbijstand in asielzaken minder wordt. Naast alle andere treitermaatregelen op asiel. Het is veelzeggend dat ze de tegenmacht van de overheid, de hulp voor kwetsbare mensen, nog verder willen beperken. Ik hoop niet opnieuw zo’n strijd te moeten voeren als destijds met Sander Dekker. Maar als het nodig is, roep ik iedereen op om weer net zo strijdvaardig als de vorige keer in actie te komen en rechtvaardigheid af te dwingen in Den Haag.’

Zijn er punten in het coalitieakkoord die u wel aanspreken?

‘Ik lees best een paar mooie punten. Over de overheid als baken van betrouwbaarheid, over constitutionele toetsing, over het recht om je een keer te vergissen. Maar ik heb toch vooral vraagtekens bij het akkoord. Bij de maatregelen over onze rechtsstaat, de grondrechten en de veiligheid bijvoorbeeld. Harder straffen is de teneur. Ik denk niet dat de burger daarop zit te wachten. Het levert vooral schijnveiligheid op in mijn ogen. In het akkoord ontbreekt verder sociale vooruitgang. Ik zie de maatschappelijke problemen de komende jaren helaas niet minder worden en daarmee de behoefte aan sociaal advocaten ook niet.’

Is het voor u als SP’er niet heel frustrerend om op te moeten boksen tegen een front dat steeds rechtser wordt?

‘Ja, ik had Nederland beter gegund. Tegelijkertijd maakt het mij juist kwaad en daardoor extra strijdbaar om te doen waar we voor zijn opgericht. Mensen vertegenwoordigen die dat nodig hebben. Ik ben alleen maar extra gemotiveerd om door te gaan.’

‘Als het nodig is, roep ik iedereen op om weer net zo strijdvaardig als de vorige keer in actie te komen en recht­vaardig­heid af te dwingen in Den Haag’

Waar gaat u zich naast de sociale advocatuur de komende jaren voor inzetten?

‘In februari is het rapport “Blind voor mens en recht” van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening verschenen. Ik ben voorzitter van de commissie en in het rapport hebben we allerlei aanbevelingen gedaan. Het splitsen van de Raad van State is daar een van. Dat is nodig om nog meer schandalen te voorkomen. De schijn van partijdigheid is makkelijk gewekt als het orgaan dat eerst adviseert over wetsvoorstellen van de regering ook moet oordelen in geschillen tussen diezelfde regering en de burger. Betere rechtspraak, betere rechtsbescherming, laagdrempelige voorzieningen in buurten waar mensen hun recht kunnen halen, zijn andere punten. We moeten maatschappelijke krachten met elkaar verbinden. Nu komen mensen met een probleem in een juridisch doolhof terecht. Ik zou graag zien dat elke burger ergens in de eigen buurt naar binnen kan lopen om verhaal te doen en de juiste hulp te krijgen. Verder ga ik de aanbeveling om te investeren in de Autoriteit Persoonsgegevens en het voorgestelde recht op persoonlijk contact tussen mensen en overheid kritisch volgen.’

U bent voorlopig niet weg uit Den Haag.

‘Ik ben zeker nog niet klaar. We hebben de afgelopen tien jaar echt wel het een en ander voor elkaar gekregen, maar dingen duren lang in dit land. Ik ben het aan de kwetsbare burger verplicht om mijn lange adem nog even vast te houden. Daarbij vind ik het ook gewoon leuk om onvermoeibaar met de inhoud bezig te blijven. Mijn ideeën, die ik ophaal bij onder meer advocaten, te slijten bij andere partijen. Zien waar we elkaar kunnen vinden ondanks dat we een andere taal spreken. Ik krijg er energie van als dat lukt. Ik zie vooral bevestiging dat ik me op dezelfde thema’s nog harder moet inzetten. Juist nu moet je de rechtsstaat versterken en tegengas bieden.’

Raad voor Rechtsbijstand waarschuwt voor tekort aan sociaal advocaten

Het aantal sociaal advocaten is gedurende de afgelopen vijf jaren met bijna 900 afgenomen, een daling van dertien procent. Dat blijkt uit recente cijfers van de Raad voor Rechtsbijstand. In 2023 stonden 4.389 sociaal advocaten tien of meer mensen bij met gesubsidieerde rechtsbijstand. Volgens de Raad dreigt er een tekort. Dit jaar zijn er al meer dan 307 volledige uitschrijvingen, tegenover slechts 200 inschrijvingen. Meer dan de helft (51 procent in 2024) van de uitschrijvingen betreft jonge advocaten. De komende jaren gaan bovendien naar verwachting bijna 2.500 sociaal advocaten met pensioen. De Raad noemt het dreigend tekort ‘zeer ernstig’, omdat een sociaal advocaat essentieel is als kwetsbare mensen tegenover een machtige wederpartij komen te staan.