actueel

‘Afwikkeling massaschadeclaims kan sneller en goedkoper’

Massaschadeclaims blijven steken in gesteggel over spelers en spelregels. Wie mag er meedoen en wie betaalt de advocaten­kosten? De Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) moet simpeler, vindt het bestuur van de onlangs opgerichte Vereniging voor Massaschade Advocaten (VVMA).

Nederland loopt binnen Europa al decennia voorop met de mogelijkheden voor class action. Sinds de invoering van de WAMCA in 2020 kan de rechter na een verklaring van recht over de claim ook een eventuele schadevergoeding vaststellen als de partijen er onderling niet uitkomen. Daarmee krijgt het collectief een stok achter de deur om eindeloze onderhandelingen te beslechten, zo was het idee.

Maar tijdens de slepende totstandkoming van de WAMCA waarschuwden multinationals en de Amerikaanse chamber of commerce voor het andere uiterste, een doorgeslagen claimcultuur en ‘Amerikaanse toestanden’. Het grootkapitaal paste ervoor om straks de maat te worden genomen door vage clubjes van berooide lotgenoten dan wel louche claimcowboys. Door de sterke tegenlobby kwam er met de WAMCA een lange lijst met vereisten in het Burgerlijk Wetboek, waaraan collectieve belangenbehartigers moeten voldoen, zoals een grote en representatieve achterban, deskundig maar onafhankelijk bestuur en toezicht, een serieuze oorlogskas en een claim met voldoende relatie tot Nederland.

‘Het gaat soms om miljardenclaims. Extra proceskosten vallen dan in het niet bij de winst van vertraging’

‘Over elk criterium kan een gedaagde partij pagina’s vullen,’ zegt voorzitter van de VVMA Koen Rutten, ‘alles wordt ter discussie gesteld in verweerschriften van honderden pagina’s. De rechters komen erin om en daarom is nog niet één massaschadeclaim in de vier jaar sinds de invoering van de nieuwe regels toegekomen aan een inhoudelijke behandeling.’

Rutten is advocaat en partner bij het Utrechtse kantoor Finch. Onder de oude WCAM was hij in 2017 betrokken bij de grootste massaschikking tot nu toe, met Fortis, voor € 1,2 miljard. Nu procedeert hij onder meer namens transportbedrijven die schade lijden door een kartel van truckfabrikanten. ‘Het kan allemaal sneller en goedkoper,’ zegt hij. ‘Dat is goed voor de gedupeerden en het ontlast de rechterlijke macht.’

Ook de gedaagde partij bespaart proceskosten met een snellere rechtsgang en toch lopen de procedures overal vast in preliminaire verweren. ‘Het gaat soms om miljardenclaims, bijvoorbeeld tegen privacyschending door sociale media met miljoenen gebruikers. De reputatieschade hebben de gedaagden toch al. Die extra proceskosten vallen dan in het niet bij de winst van vertraging. Want dat geld wordt met de tijd minder waard en kan in de tussentijd worden geïnvesteerd.’

Nieuw terrein

En dus komen procedures niet voorbij de inleidende beschietingen op de kwalificaties van de diverse eisende partijen, hun bestuursleden, de vergoedingen, de achterbannen, de statuten, de financiering enzovoort. Ook de verschillende belangenorganisaties onderling hebben soms uiteenlopende belangen en agenda’s die leiden tot complicaties. Omdat het nieuw terrein is, nemen de rechters de tijd voor de complexe voorfase, waarin partijen zich kunnen voegen of juist kunnen aangeven niet gebonden te willen worden aan de uitkomst van de collectieve rechtszaak. ‘Er zijn regels,’ zegt medebestuurslid van de VVMA Carlijn van Rest, ‘een stichting of vereniging moet zich daaraan houden en alles is transparant. Dus misschien zouden die verweren wat sneller kunnen worden afgehandeld.’

Van Rest werkte eerder tien jaar voor Hogan Lovells en leerde daar de andere kant kennen, de kant van de gedaagde multinationals. Nu is ze bij Scott+Scott onder meer betrokken bij een miljardenclaim tegen TikTok. Deze zaak liep in oktober vertraging op door nadere eisen aan twee belangenorganisaties.

Na publicatie van de dagvaarding in het centrale register kunnen belangenorganisaties die mee willen doen, zich melden. De rechter kiest dan de partij met de beste papieren als ‘exclusieve belangenbehartiger’ die het inhoudelijke proces gaat leiden namens de eigen achterban, maar ook die van de andere organisaties.

De TikTok-claim is gestart door drie door belangenorganisaties, waarvan een wordt gesteund door de Consumentenbond en een coalitie van ideële organisaties zoals Bits of Freedom en Defence for Children. Een van de stichtingen moet straks als exclusieve belangenbehartiger de kar gaan trekken, maar de rechter oordeelde in oktober in een tussenvonnis dat de procesfinanciers mogelijk invloed kunnen krijgen op het proces. De twee stichtingen hebben de mogelijkheid gekregen de financieringsovereenkomst aan te passen.

In hetzelfde tussenvonnis twijfelt de rechtbank of de immateriële schade voor zo’n grote, diverse groep gedupeerden is te taxeren. De rechter overweegt in zijn tussenvonnis al dat die eventuele schade ‘zozeer afhangt van de individuele situatie van die gebruiker, dat er geen sprake is van een bundelbare (voldoende gelijksoortige) vordering’. Een flinke tegenvaller voor de klagende partijen, die ook gevolgen kan hebben voor claims tegen andere tech-platforms.

Het zijn dus nogal wat haken en ogen in een zaak die al drie jaar loopt en nog niet eens in de startblokken staat. Deze zaak is geen uitzondering. Daarom wil de VVMA zich inspannen voor snellere en goedkopere collectieve acties. ‘In de meeste zaken gaat het helemaal niet om geld,’ zegt Van Rest, ‘van de circa tachtig claims die sinds 2020 zijn ingediend, hebben er maar ongeveer twintig betrekking op schade. De rest zijn ideële vorderingen.’

Sjoemelsoftware

Een blik in het online register op rechtspraak.nl leert dat de WAMCA veel verschillende doeleinden dient. Sjoemelsoftware van een generatie auto’s die inmiddels al deels op het autokerkhof ligt, ziekmakende borstimplantaten, machinisten tegen de NS, aardgas, boze huurders, grote milieu- en privacyzorgen, maar ook heel lokale kwesties rond een camping of een voetbalveld.

‘Er zijn geen aanwijzingen dat de wet tot meer collectieve acties heeft geleid, zoals sommigen waarschuwden,’ zegt advocaat bij Birkway en hoogleraar massaschade aan Tilburg University Ianika Tzankova. ‘Wel zijn de rechters er drukker mee, omdat ze over meer wettelijke vereisten moeten beslissen.’ Ze leidde met collega-hoogleraar Xandra Kramer een team dat onderzoek deed voor het WODC, waarbij het functioneren van de wet ook aan bod kwam.

Vraagstelling van het onderzoek was of er een alternatief moet komen voor de omstreden private procesfinanciering. ‘De opdracht van het WODC was dat het fonds zelf­voorzienend ofwel revolverend moest zijn en dat daarvoor geen belastinggeld nodig zou zijn. Wel kun je denken aan een processenfonds met geld dat overblijft uit voorgaande massaclaims. Maar bij ons onderzoek bleek dat dat prematuur is, want er is nog geen schadevergoeding toegekend onder de WAMCA en uit recente ontwikkelingen in de rechtspraak (TikTok) blijkt dat sommige rechters moeite hebben met de gedachte van groepscompensatie, indien die tot niet opgeëiste middelen kunnen leiden.’

Net als het bestuur van de VVMA beschouwt ze commerciële procesfinanciering in het huidige financieringsklimaat als onvermijdelijk in grotere zaken en ze juicht de lobby toe die de nieuwe vereniging gaat voeren om op te komen voor de belangen van de eisers. ‘De gedaagden hebben een sterke en goed georganiseerde lobby, die elk wetgevingsinitiatief jarenlang wist tegen te werken. Diezelfde lobby ijvert nu in Brussel voor strenge regels voor commerciële procesfinanciering. Dus een tegengeluid is nodig. Alleen ben ik bang voor verdere polarisatie die overwaait uit Amerika en voor de vermenging van lobbyactiviteiten met de activiteiten van een beroepsvereniging. Beide zijn nuttig en nodig. Maar de lobby zou sterker zijn als ook de belangenorganisaties aansluiten. En de beroepsvereniging heeft meer zin als alle partijen meedoen die met massa­schade­afwikkeling te maken hebben. Lobby en beroepsvereniging lopen nu door elkaar. Het is een beetje hinken op twee gedachten, maar laten we dit initiatief een kans geven, bijsturen kan altijd nog. Er is een begin gemaakt.’

‘Wij zijn niet uit op polarisatie,’ reageert Rutten. ‘Onze vereniging is alleen voor advocaten die vooral eisende partijen bijstaan. Wij zullen ook het gesprek aangaan met vertegenwoordigers van gedaagde partijen en met hen in overleg gaan. Daarnaast is een overkoepelende massaclaim-beroepsvereniging in oprichting. Daar kunnen advocaten van eisers en gedaagden straks van gedachten wisselen. De VVMA wil nu eerst een eigen geluid laten horen, ook tijdens de aanstaande evaluatie van de WAMCA. Dat doen we zonder onze cliënten en hun financiers, juist om de onafhankelijkheid te bewaren.’ Hij benadrukt dat de VVMA wel openstaat voor advocaten van ideële claims. ‘Die vallen ook onder de WAMCA, ook al vorderen ze geen schade.’

Laatste Wil

Voor deze grote groep claims gelden minder eisen en dus gaan die procedures ook sneller. Zo eiste de Coöperatie Laatste Wil namens haar leden een verklaring van recht dat de overheid onrechtmatig handelt door het verbod op hulp bij zelfdoding onverkort te handhaven. De vordering werd afgewezen en het hoger beroep is inmiddels aanhangig gemaakt.

‘Onze vereniging is alleen voor advocaten die eisende partijen bijstaan. Wij zullen ook het gesprek aangaan met vertegenwoordigers van gedaagde partijen’

Civilist Martyn Schellekens van Blenheim Advocaten, die de coöperatie bijstaat samen met strafpleiter Tim Vis van Vis & Van Reydt Advocaten, vond de procedure vlot verlopen, ook al kostten de in deze zaak wat obligate pauzes voor opting-out en voegende partijen veel tijd. ‘We hadden de claim voor de zekerheid ingediend namens de coöperatie en dertig natuurlijke personen, voor het geval de coöperatie niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank vond de coöperatie voldoende representatief, maar nam de verhalen van dertig mede-eisers wel mee in het oordeel. Ik vraag me overigens af of het hof straks opnieuw over de merites van onze cliënt gaat oordelen, of zich meteen over de claim zelf gaat buigen. De wet zegt daar niets over.’

Otto Volgenant van Boekx Advocaten voerde al vier ideële WAMCA-procedures over privacyschendingen, onder meer namens de stichting Stop Online Shaming en Privacy First. Hij won de zaak tegen een zwarte lijst met berispte artsen en die tegen een site die zonder toestemming seksfilmpjes van gedupeerden plaatste. Toch is ook hij niet positief over de WAMCA. ‘Onder de oude regels ging het net zo goed, maar sneller. De opschorting van de procedure voor opt-out en voegende partijen heeft geen nut in ideële zaken. Bij een schadeclaim staan de partijen soms te dringen om mee te mogen doen, maar bij een ideële claim is dat nooit zo. Dan is het al mooi dat een organisatie dat wil doen. De WAMCA-procedure kost met die pauzes zo een jaar extra, maar voegt voor niet-financiële claims dus niets toe.’ Als de zaak zich daarvoor leent, kiest hij nu voor een kort geding. ‘Mijn cliënten willen vaak dat een onrechtmatige toestand wordt beëindigd, en dan het liefst zo snel mogelijk.’

Wellicht zou hij hen adviseren ook wat schadevergoeding te vorderen, als dat door de WAMCA-regels niet zo ingewikkeld was. Ook vindt hij het vreemd dat bij een ideële claim de juridische kosten niet helemaal verhaald kunnen worden. ‘Het gaat om veel kleinere bedragen dan bij de grote massaschadeclaims, maar die moet een belangenbehartiger nu grotendeels zelf dragen. Juist bij ideële zaken zou het voor de hand liggen om de partij die onrechtmatig handelt te veroordelen in de volledige kosten.’ Hij hoopt dat de VVMA ook deze punten volgend jaar tijdens de evaluatie naar voren kan brengen.