juridisch analyse

Wwft verplicht tot onderlinge uitwisseling informatie

Na de voorgenomen wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme worden ook advocaten verplicht om specifieke informatie uit te wisselen met een voorgaande advocaat als het risicoprofiel van een cliënt daartoe aanleiding geeft. In dat geval moet een advocaat dan navraag doen met doorbreking van de wettelijke geheimhoudingsplicht.

Op 21 oktober diende minister Kaag van Financiën, mede namens minister Yeşilgöz (Justitie en Veiligheid), het voorstel van de Wet plan van aanpak witwassen in bij de Tweede Kamer.noot 1 Het doel van het wetsvoorstel is de aanpak van witwassen te verbeteren. Zo zal in de Wwft een verbod worden opgenomen voor handelaren in goederen om contante betaling vanaf € 3.000 te accepteren en wordt gezamenlijk monitoren van transacties door banken mogelijk gemaakt. Daarnaast moet de positie van poortwachters, onder wie dus ook advocaten, worden vergroot door de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling niet alleen uit te breiden, maar zelfs verplicht te stellen bij een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering.

Poortwachters hebben direct contact met de cliënt en zijn bij uitstek in staat om te beoordelen of een transactie past binnen het profiel van de cliënt. Gebrek aan wetenschap bij een advocaat of een cliënt eerder is geweigerd door een beroepsgenoot wegens witwasrisico’s werkt echter shopgedrag van cliënten in de hand, zo volgt uit de memorie van toelichting.

Om shopgedrag van criminelen tussen dienstverleners te voorkomen, introduceert het wetsvoorstel een onderzoeks- en navraagplicht. Die plicht houdt kort gezegd in dat een instelling in bepaalde gevallen waarin Wwft-plichtige werkzaamheden worden verricht, moet onderzoeken of een andere instelling in dezelfde categorie aan een cliënt diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd. Het gaat dus om navraag bij een dienstverlener die behoort tot dezelfde (beroeps)groep: een advocaat doet dus alleen onderzoek en navraag bij eerdere dienstverlening door andere advocaten.

Inspanningsverplichting

De onderzoeksplicht is volgens de memorie van toelichting een inspanningsverplichting. Dat betekent concreet dat een advocaat redelijke maatregelen moet hebben getroffen om na te gaan of een cliënt eerder bij een andere advocaat diensten heeft afgenomen of nog afneemt. Wat redelijk is, hangt dan af van de context van het specifieke geval, bijvoorbeeld nagaan bij de cliënt bij welke andere advocaten deze momenteel of in het verleden soortgelijke diensten heeft afgenomen en het raadplegen van openbare bronnen en informatiebronnen die de advocaat ter beschikking heeft.

De gegevensuitwisseling waartoe de betrokken dienstverleners zijn verplicht, is ook beperkt tot een drietal gevallen: de zakelijke relatie of transactie brengt naar haar aard indicaties van een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme mee, er sprake is van de risicofactoren in bijlage III van de vierde anti-witwasrichtlijn of er wordt een verscherpt cliëntenonderzoek uitgevoerd. De verplichting om onderzoek te doen, gaat terug tot dienstverlening die uiterlijk vijf jaar daarvoor is geëindigd. Vanwege de bewaartermijn voor bewijsstukken in de Wwft heeft verder terugkijken geen zin omdat relevante gegevens na vijf jaar vernietigd moeten worden. De verplichting om geconstateerde risico’s te delen met een verzoekende advocaat heeft ook geen terugwerkende kracht: de onderzoeksplicht zal gelden voor nieuwe cliënten en bestaande cliënten in het kader van de permanente actualisering van Wwft-dossiers.

Navraagplicht

Indien een advocaat achterhaalt dat een andere advocaat momenteel diensten verleent of heeft verleend, dan moet bij de voorganger navraag worden gedaan naar geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme. De advocaat die zo’n verzoek ontvangt, is op zijn beurt verplicht om onverwijld die gevraagde relevante gegevens te verstrekken aan de verzoeker.

Het betreft uitsluitend informatie-uitwisseling in het geval dat risico’s zijn geconstateerd ten aanzien van de cliënt die hebben geleid tot het nemen van aanvullende maatregelen, waaronder in ieder geval de weigering of beëindiging van de relatie, en dan ook uitsluitend gegevens die destijds relevant waren voor het nemen van deze maatregelen.noot 2 De bevraagde advocaat verstrekt aan de verzoeker ook de documenten en gegevens ter identificatie van de cliënt. Afhankelijk van de situatie of de cliënt een natuurlijk persoon of een rechtspersoon is, worden de toepasselijke naw-gegevens gedeeld om er zeker van te zijn dat beide advocaten dezelfde cliënt voor ogen hebben.

De gevraagde gegevens moeten zo snel mogelijk na ontvangst van het verzoek worden verstrekt. De advocaat die de gegevens ontvangt, kan deze informatie vervolgens gebruiken voor de eigen afweging ten aanzien van de witwasrisico’s. Die informatie dient echter als hulpmiddel en vervangt niet de eigen afweging ten aanzien van die risico’s bij een bepaalde cliënt.

Vertrouwelijkheid

Het uitwisselen van de toepasselijke cliëntgegevens is voor advocaten in beginsel strijdig met de geheimhoudingsplicht van artikel 11a van de Advocatenwet. Om deze nieuwe verplichtingen na te leven, voorziet het wetsvoorstel in een doorbreking van die geheimhoudingsplicht. De professionele vertrouwelijkheid blokkeert ook de (straks) wettelijke mogelijkheid om informatie-uitwisseling tussen verschillende categorieën instellingen nader te regelen.

De onderzoeks- en navraagplicht gelden ook alleen bij dienstverlening waarop de Wwft van toepassing is. Gegevens die verband houden met de zogeheten procesvrijstelling uit de Wwft mogen echter niet gedeeld worden. FIU-meldingen vallen evenmin onder de verplichting om gegevens te delen, in verband met het tipping off-verbod van artikel 23 Wwft, dat de advocaat verplicht tot geheimhouding ‘jegens eenieder’ van de melding en van het gegeven dat deze melding aanleiding kan geven tot nader onderzoek.

Administratieve lasten

In de memorie van toelichting wordt erkend dat verplichte gegevensdeling bij cliëntenonderzoek leidt tot structurele nalevingskosten. Dat leidt tot een toch wel opmerkelijke inschatting dat de onderzoeksplicht een extra verzoek om informatie aan de cliënt vergt dat wordt geschat op € 11,63 per keer (een kwartier tegen een uurtarief tussen € 39 en € 54). De navraag zou dan € 23,25 kosten (een handeling van een halfuur) en het voldoen daaraan door de bevraagde advocaat € 46,50 (een uur werk per cliënt), zodat de totale administratieve lasten neerkomen op € 69,75 per cliënt.

Overigens dienen advocaten hun cliënten voorafgaand aan de dienstverlening te informeren over de verplichting om gegevens aan een andere advocaat te verstrekken. Ook bestaande cliënten moeten hierover geïnformeerd te worden, individueel of door middel van een wijziging in de algemene voorwaarden.

Handhaving

De nieuw in te voeren verplichtingen kunnen langs verschillende wegen worden gehandhaafd. In geval van overtreding van deze verplichtingen kan de deken een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen. Daarnaast is het niet-naleven van de verplichtingen toetsbaar door de tuchtrechter langs de band van artikel 46 Advocatenwet.

Het niet-naleven van de verplichting om onderzoek te doen naar eerdere dienstverlening bij andere instellingen in geval van een hoger risico op witwassen en financieren van terrorisme wordt via de Wet op de economische delicten bovendien strafbaar gesteld.noot 3

Robert Sanders is gespecialiseerd in tuchtrecht en verbonden aan De Clercq Advocaten in Leiden.

Noten

  1. Kamerstukken II 2022/23, 36228, nr. 2.

  2. In algemene zin betreft dat dus informatie die heeft geleid tot de conclusie dat de handelingen van de cliënt niet passen binnen het risicoprofiel dat de instelling heeft opgesteld van de client.

  3. Artikel 1, onder 2⁰ Wet op de economische delicten.