actueel

Aantal toevoegingen op echtscheiding daalt scherp

Het totaal aantal toevoegingen voor scheidingszaken daalt spectaculair. Is hier sprake van een game changer voor familierechtadvocaten?

Toen Nederland in de greep van COVID en lockdowns raakte, was menigeen ervan overtuigd: het aantal echtscheidingen zou door het dak gaan. Zodra opgehokte stellen na maanden van oplopende en wederzijdse irritatie eindelijk van hun vrijheid konden genieten, zouden ze elkaar verdringen op weg naar de familierechtadvocaat om een scheidingsprocedure in gang te zetten. Dat was in 2020 althans de verwachting.

De werkelijkheid pakt anders uit. Volgens cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) raakt de echtscheiding razendsnel uit de mode. In 2021 hebben rechters ongeveer 27.00  scheidingsprocedures afgehandeld; ruim 4.500 minder dan in 2020 en ruim 7.000 minder dan in 2019, meldt het WOC in Factsheet 2022‑4; Scheidingen 2020-2021.

De dalende trend raakt ook familierechtadvocaten die op toevoeging werken. Het totaal aantal toevoegingen dat in 2021 is vastgesteld voor rechtsbijstand bij zaken rond scheidingen, alimentatie, omgang, gezag en boedel is ten opzichte van 2019 met bijna 10.300 toevoegingen gedaald, meldt het WODC. Een deel van die daling betreft de mediationtoevoegingen voor scheidingen en scheidingsgerelateerde zaken.

Het aantal toevoegingen (inclusief mediation en licht advies) om alleen een echtscheiding te regelen, is tussen 2020 en 2021 gedaald van bijna 27.500 naar ruim 25.000 toevoegingen. Zowel het aantal toevoegingen voor gemeenschappelijke verzoeken als voor eenzijdige verzoeken (al dan niet op tegenspraak) is vergeleken met 2019 afgenomen (in totaal 5.600 toevoegingen). Gemiddeld ligt het aantal toevoegingen per echtscheiding de afgelopen jaren op 0,8.

Onderzoeker Teun Geurts van het WODC spreekt van een ‘steile lijn naar beneden’ en zegt er zelf door verrast te zijn. ‘Het idee was toch dat mensen, door corona tot thuisblijven gedwongen, elkaar in de haren zouden vliegen. Dat zie je nergens in de cijfers terug.’

Aan een verklaring voor de dalende trend waagt Geurts zich niet. Daar is meer onderzoek voor nodig, zegt hij. Gelukkig biedt het CBS uitkomst. In het rapport Trends in (echt)scheidingen, dat deze zomer uitkwam, wordt klip-en-klaar gesteld dat vanaf 2014 het aantal echtscheidingen in Nederland gestaag daalt. In 2021 eindigden 25.600 huwelijken in een echtscheiding, bijna 10.000 minder dan in 2014. Sinds 1979 was het aantal echtscheidingen niet meer zo laag als in 2021.

Deze ontwikkeling hangt samen met het feit dat minder stellen er voor kiezen om te trouwen. Het geregistreerde partnerschap, ingevoerd in 1998, wint nog altijd aan populariteit. Daarnaast wonen veel koppels samen zonder een vorm van juridische verbintenis.

Waar stellen samenleven, gaan ze uit elkaar, boterbriefje of niet. Het CBS onderzocht ook de ontwikkelingen in de verschillende categorieën. Belangrijkste conclusie: het feit dat huwelijken in de afgelopen jaren minder vaak eindigen in een echtscheiding betekent niet dat partnerrelaties in het algemeen stabieler zijn geworden. Integendeel, het aandeel ouders dat in de jaren na de geboorte van hun kind uit elkaar gaat, is ook sinds de eeuwwisseling blijven toenemen.

Wel is het zo dat stellen die trouwen doorgaans al een tijdje ongehuwd hebben samengewoond. Deze ‘proefperiode’ verlaagt het risico op scheiden. Ook het gegeven dat trouwen doorgaans de norm is bij stellen met een niet-Nederlandse achtergrond speelt een rol. Deze laatste categorie draagt traditionele gezinswaarden hoog in het vaandel en is sterk gecommitteerd aan het huwelijk.

Per saldo blijken jonge ouders zonder juridische verbintenis ongeveer twee keer zo vaak uit elkaar te gaan als gehuwde ouders. De scheidingskans van ouders met een geregistreerd partnerschap ligt daartussenin. Feit is wel dat steeds minder ouders zijn getrouwd bij de geboorte van hun kind.