actueel interview

Twee vrouwen, één deken

Een novum binnen de balie: de deken van de Amsterdamse orde heeft sinds kort twee gezichten. Jacqueline Schaap en Barbara Rumora over hun duobaan.

De dekenkamer bij de Amsterdamse orde van advocaten heeft de afmetingen van een klein klaslokaal. De grote, lichte ramen kijken uit op de trambanen van de Paulus Potterstraat, met daarachter het sombere Van Gogh Museum. Op deze septemberdag plaatsen werklieden met veel kabaal een steiger aan de voorgevel van het oude kantoorgebouw. Kozijnen en ramen worden vervangen, zodat het lawaai straks buiten blijft en de warmte binnen.

Op 1 september kreeg de dekenkamer er een bureautje bij: waar het dekenaat tot voor kort werd vervuld door één man, zwaaien nu twee vrouwen de scepter. Jacqueline Schaap en Barbara Rumora hebben van het ambt een duobaan gemaakt. Dat doen ze met zichtbaar enthousiasme. ‘Het is druk en uitdagend, we beleven veel nieuwe dingen, maar het is vooral erg leuk,’ zegt Schaap. Rumora: ‘We werken momenteel met name aan ons netwerk, zodat mensen ons leren kennen en ons weten te vinden wanneer dat nodig is.’

Het idee om er een duobaan van te maken, is spontaan gegroeid doordat de leden van de Amsterdamse raad zagen hoeveel tijd en energie de functie vergde van deken Evert-Jan Henrichs. Rumora: ‘Amsterdam is een heel groot arrondissement. Evert-Jan zei altijd al dat hij meer dan een fulltime baan had. Vandaar dat het plan ontstond om de last door twee paar schouders te laten dragen.’

Het is ook niet meer van deze tijd om in zo’n groot arrondissement alle taken door één persoon te laten vervullen, vult Schaap aan. ‘Je hebt als deken zoveel taken: je moet tuchtrecht doen, bestuursrecht, strafrecht, financiële zaken, vertrouwelijke gesprekken, normoverdragende gesprekken, bemiddeling. Dat kun je allemaal maar beter onderling verdelen, waarbij je ook nog eens kunt bezien welke taak het best bij welke persoon past. We hebben verschillende kwaliteiten en vullen elkaar goed aan, zodat we telkens de juiste vrouw op de juiste klus kunnen zetten.’

‘Daarnaast,’ zegt Rumora, ‘is het ook gewoon prettig om met iemand te kunnen sparren. Dat scherpt je gedachten.’

Als het arrondissement te groot is voor één deken, zou je het ook gewoon kunnen splitsen.

Enigszins meewarig maar resoluut wijst Schaap die suggestie van de hand. ‘Amsterdam is nou eenmaal Amsterdam. Dat kun je niet zomaar in tweeën delen omdat er veel advocaten huizen.’ Bovendien, wat is überhaupt het probleem? Tot dusver hebben de twee vrouwen alleen maar positieve reacties gehad op de gezamenlijke invulling van het dekenaat, constateert Rumora. ‘Mensen reageren enthousiast. Iedereen vindt het verstandig om het op deze manier te doen.’

Maar toch. In de Advocatenwet wordt gewag gemaakt van een deken als hoofd van een arrondissement. Er staat niet dekens of duo-deken.

Schaap: ‘Er staat ook niet dat het gaat om de deken als persoon. De deken is een functie, een instituut. Dat kun je door meerdere mensen laten uitoefenen, net zoals een rechter-commissaris, curator of officier van justitie.’

Rumora en Schaap hebben onderling wel een taakverdeling afgesproken, met de intentie vooral pragmatisch te zijn. Schaap: ‘Barbara heeft veel kennis van het insolventierecht en weet daarmee veel van de financiële kant van de zaak en de Wwft. Ik ben meer thuis in het tuchtrecht vanwege mijn werk bij het Hof van Discipline.’

Rumora: ‘Ik doe ook het bestuursrecht en woon het dekenberaad bij. Jacqueline doet het strafrecht en zal zich bezighouden met tuchtrecht en klachtbehandeling.’ Dat betekent niet dat Rumora daar van weg blijft, haast Schaap zich te zeggen. ‘Als klachten inhoudelijk op haar terrein liggen, neemt zij de behandeling op zich. Een dekenbezwaar zal doorgaans worden ondertekend door een van ons. Een advocaat weet daarmee met wie hij van doen heeft en kan zich tot die persoon richten. Datzelfde geldt voor adviesgesprekken of bemiddeling, ook daarbij kijken we bij wie dat inhoudelijk past.’

Ook voor het voorzitterschap van de Amsterdamse raad is gekozen voor een pragmatische oplossing. De twee vrouwen wisselen elkaar af als voorzitter van de vergadering. Beiden blijven ze actief in hun praktijk. Schaap is dinsdag, donderdag en vrijdag op het bureau en Rumora maandag, dinsdag en een deel van de woensdag. Rumora: ‘Er is in ieder geval altijd een van ons aanwezig. En een keer per week is er overleg met de adjunct-secretaris om te kijken wat er speelt, zodat we zo goed mogelijk op de hoogte zijn.’

De rol van de deken als toezichthouder staat momenteel volop in discussie. Elk moment kan de Tweede Kamer een brief verwachten van minister Weerwind, waarin hij zijn plannen ontvouwt. Naar verwachting komt het toezicht bij een landelijk instituut te liggen en krijgt de lokale deken een herderlijke rol.

‘We hebben verschillende kwaliteiten en vullen elkaar goed aan, zodat we telkens de juiste vrouw op de juiste klus kunnen zetten’

Voor Rumora en Schaap lijdt het geen twijfel: de lokale deken is onmisbaar als toezichthouder. Rumora: ‘Wij zijn ervan overtuigd dat het beste toezichtmodel een stevige lokale verankering kent. We denken dat het dekenberaad een goed voorstel heeft gedaan over de inrichting daarvan. Het is belangrijk dat de toezichtfunctie dicht bij de advocaat blijft, dus lokaal.’

Zeker op het gebied van tuchtrecht is de lokale deken van essentieel belang, doceert Schaap. ‘De lokale deken krijgt signalen vanuit de rechtbank, van het OM. En uit de klachtbehandeling. Die signalen zijn voor ons vaak het sein om verder te kijken naar wat er aan de hand is. Dat is landelijk niet goed te doen. Die toegevoegde rol van de deken dient echt behouden te blijven.’

De beoogde Landelijk Toezichthouder Advocatuur (LTA) kan niettemin op hun goedkeuring rekenen, zegt Rumora. ‘Invoering van een landelijk toezichthouder met lokale vertakkingen is heel zinvol, zeker als het gaat over het toezicht op grote kantoren en Wwft-kwesties. De wens is natuurlijk ingegeven door de gedachte dat een advocaat die in Limburg over de schreef gaat, gelijk wordt behandeld als de advocaat die in Amsterdam over de schreef gaat.’

Jacqueline Schaap & Barbara Rumora

Jacqueline Schaap (61) is partner bij Visser Schaap & Kreijger en gespecialiseerd in intellectuele eigendom en mediarecht. Schaap trad in 1988 toe tot de balie.

Barbara Rumora-Scheltema (57) is partner bij NautaDutilh en gespecialiseerd in ondernemingsrecht, insolventierecht en internationale arbitrage. Ze is advocaat sinds 2005.

Is het niet eerder de bedoeling een eind te maken aan elf verschillende koninkrijkjes?

Schaap: ‘Dat is nu natuurlijk al veel minder door de uniforme aanpak van het dekenberaad. Dat zet de lijnen uit, maakt een jaarplan, maakt leidraden. Er wordt al veel landelijk gecoördineerd. Dat is ook goed. Dat niet iedereen zijn eigen koninkrijkje heeft, hangt samen met het gegeven dat alle advocaten op dezelfde manier aan dezelfde regels moeten voldoen.’

Rumora wijst erop dat het toezicht nieuwe stijl niet op korte termijn wordt ingevoerd. ‘Het nieuwe model gaat niet per 1 januari in. Daar gaat nog wel wat tijd overheen en dat is maar goed ook. Dit soort zaken moet je niet overhaast doen.’

Als de politiek toch voor een andere richting kiest, dan is dat maar zo, zegt Schaap. ‘Dan hebben we ons daar uiteindelijk bij neer te leggen. In beginsel zitten wij hier voor drie of vier jaar. Het kan goed zijn dat wij weer weg zijn wanneer de wetswijziging ingaat.’

Los van alle discussie over het toezicht hechten beiden zeer aan hun herderlijke rol. Advocaten moeten weten dat ze met hun vragen en zorgen bij hen terechtkunnen, benadrukken ze. Rumora: ‘We willen toegankelijk zijn en die herderlijke rol vervullen. Op veel gebieden bestaat onduidelijkheid, ik noem het als voorbeeld de sanctiewetgeving. Als deken willen we daarbij helpen en verduidelijken waar mogelijk en nodig.’

Ondermijning is een ander thema waarin ze het voortouw willen nemen, voegt Schaap toe. ‘We willen met advocaten bespreken welke risico’s ze lopen en hoe die zijn te vermijden. Adviseren over veiligheid en beveiliging. De NOvA biedt daarin ook goede ondersteuning, maar het kan helpen als de lokale deken aanvult. Die heeft korte lijnen met de officier van justitie en het hoofd van de recherche, waardoor snel maatregelen kunnen worden genomen.’

Maar welk nummer moet een Amsterdamse advocaat in nood nu bellen? De noodlijn van de NOvA of de Amsterdamse orde?

‘Allebei,’ roepen Schaap en Rumora in koor. Schaap: ‘En dan kijken we daarna wel wat nodig is. Elke situatie is anders en vereist maatwerk. Daarin kan de lokale deken een nuttige rol vervullen.’

Met de Zuidas in de nabijheid krijgen de twee, net als hun voorganger Henrichs, ongetwijfeld de nodige integriteitskwesties op hun bordje. Schaap en Rumora lijken er niet mee te zitten. Schaap, schouderophalend: ‘De maatschappij verandert en de ethische regels veranderen mee. Advocaten moeten zich in toenemende mate realiseren dat ze een rol hebben in de maatschappij en dat die maatschappij naar hen kijkt.’

Dat wil niet zeggen dat je het belang van de cliënt moet vergeten, voegt Rumora daaraan toe. ‘Je moet je wel rekenschap geven van de veranderende dynamiek in de samenleving. De advocatuur is geen ivoren toren, je moet goed bedenken wat je doet, wie je vertegenwoordigt en op welke manier je dat doet. Meer dan vroeger. Elke advocaat en elk kantoor moet dat steeds voor zichzelf doen. En als deken kunnen wij daarin van advies dienen.’

De gezamenlijke ambities vereisen eensgezindheid, ook als het lastig wordt. Zijn jullie vriendinnen?

Enigszins weifelend kijken de twee vrouwen elkaar aan, voorzichtig lachend. ‘Eh… ja… we kennen elkaar nog niet zo lang…’ begint Rumora. ‘Maar we zijn zeker bevriend,’ valt Schaap haar in de rede. ‘De samenwerking is heel prettig. Vanaf het moment dat we bedachten dat we samen deken wilden worden, komen we bij elkaar over de vloer.’ Ze kijkt weer naar Rumora. Die knikt.