column

Mr. X, oud-advocaat, onthult: mijn cliënt bekende moord

Mr. X stond in de jaren negentig een man bij in een moordzaak. Die man werd uiteindelijk voor drie kindermoorden veroordeeld.

Nadat de cliënt was overleden, vertelde mr. X aan de officier dat de cliënt hem had verteld dat hij ook verantwoordelijk was voor de dood van het vermiste zevenjarige meisje C.M. De officier vertelde dat aan de ouders.

In 2018 stopte mr. X als advocaat. In mei dit jaar vertelde hij het verhaal in een documentaire op Videoland en een interview in NRC. Er zal wel gedoe van komen, maar schrappen kunnen ze me niet meer, zei hij er nog bij.

Daar dacht de deken anders over, zij diende een bezwaar in. Het verweer van mr. X: ik deed het om de ouders duidelijkheid te geven.

De tuchtrechter acht het bezwaar ontvankelijk. Volgens artikel 11a Advocatenwet blijft de geheimhoudingsplicht voortbestaan na beëindiging van de beroepsuitoefening. Er is ook geen andere manier om het gedrag van mr. X te laten beoordelen, zegt de raad.

Het verweer van mr. X snijdt geen hout, zegt de raad vervolgens. Hij had dertig jaar geleden al gezorgd dat de familie op de hoogte kwam. Er was geen enkele reden om nu deze onthulling te doen.

Wie het interview in NRC leest, krijgt het gevoel dat mr. X nog wel een belang zag. De moeder van het meisje was niet overtuigd door de woorden van de officier destijds, en mr. X heeft het haar zelf nog een keer verteld. Maar ja, waarom op tv of in de krant? Om zijn verscheurdheid te delen?

Vertrouwelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Doorbreking mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen en pas na overleg met de deken.

Daar voldeed mr. X allemaal niet aan, en de tuchtrechter vindt het belangrijk om de maatschappij en de advocatuur nog eens goed van de norm te doordringen: hij wordt geschrapt.

Waar mr. X misschien meer mee zit, is wat hij vertelde over het gesprek met de ouders: ‘(…) ze geloven het niet. Ze houden er nog steeds rekening mee dat C. misschien nog leeft. (…) Het heeft geen zin gehad dat ik het ze heb verteld. Dat is verdrietig, maar zo is het wel.’

Hij kan nog in beroep (ECLI:NL:TADRARL:2022:200).