vak & mens

gezien

Begrijpelijker vonnissen

Rechterlijke uitspraken kunnen grote maatschappelijke impact hebben, maar veel strafvonnissen zijn onbegrijpelijk – zeker voor de leek. Drie wetenschappers van de Universiteit Utrecht geven in het boek Spreekt het recht tot iedereen? een gedegen aanzet tot verbetering.

Er lopen al jaren hoopvolle initiatieven om uitspraken voor een groot publiek begrijpelijk te maken, maar tot dusver heeft dat niet tot veel verbetering geleid. Vonnissen zijn wellicht leesbaarder geworden, maar niet altijd inzichtelijker, zo concluderen de auteurs. Tekstwetenschappers Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat en rechtswetenschapper Leonie van Lent herinneren ons aan de woorden van wijlen schrijver en rechtsgeleerde Jacob Israël de Haan: ‘Peuteren aan de verf is niet voldoende, het hele schip moet dan op de helling.’

De onderzoekers analyseren in Spreekt het recht tot iedereen? (Boom juridisch, 2022) de functie van strafvonnissen (de maatschappelijke, de communicatieve doelen en de wettelijke vereisten). De auteurs komen in het boek, onderdeel van een groter wetenschappelijk onderzoek, tot een aantal heldere eisen waaraan een tekst moet voldoen. Ook geven de auteurs een handige aanzet door een strafvonnis te analyseren en te herschrijven.

Het boek lijkt in de eerste plaats geschreven voor (straf)rechters, maar advocaten kunnen er ook lessen uit trekken. Onbegrijpelijk geschreven standaardvonnissen bedienen niet alleen de leek slecht, maar de advocaat eveneens, zo concluderen de wetenschappers.

Zoektocht naar de waarheid

‘Ik ga niet napleiten’, schrijft Liesbeth Zegveld in Ik wil de waarheid (Atlas Contact, 2022). ‘Pleiten hebben we in de rechtszaal gedaan. Ik denk dat alles ook wel gezegd is.’

Niettemin steekt ze haar ongenoegen over de uitspraak niet onder stoelen of banken. Net zomin als haar kritiek op de rechters van het hof, die zich kritischer hadden moeten opstellen. ‘De enkele vraag die het hof had gesteld, was oppervlakkig en raakte niet aan de kern van de zaak.’ In de zomer van 2018 oordeelde het gerechtshof in Amsterdam dat de mariniers die in 1977 een eind maakten aan de Molukse treinkaping bij De Punt geen blaam trof. Bij die militaire operatie kwamen zes kapers door kogels om het leven. Zegveld begon in 2016 namens nabestaanden van twee kapers een civiele zaak tegen de Nederlandse Staat. Die zou met onnodig en buitensporig geweld enkele kapers van dichtbij hebben doodgeschoten, terwijl die al gewond waren en ongewapend. Na een lange rechtsgang oordeelde het hof tot ontzetting van Zegveld dat de betrokken mariniers in de hectiek van dat moment niet konden weten of de kapers geen gevaar meer vormden. De zaak bracht niettemin zaken aan het licht die tot dan toe onbekend waren gebleven. Stukje bij beetje werd duidelijk wat zich had afgespeeld in de trein.

Zegveld doet in het boek eerlijk en openhartig haar relaas over de zaak, van begin tot eind. Een zaak waarin ze naar eigen zeggen alles heeft gegeven. Dat ze uiteindelijk verloor, deed pijn maar is achteraf minder belangrijk. ‘Als het stof van de winst is neergedaald, als alle complimenten zijn gegeven, dan blijft niet alleen het oordeel over maar ook het proces ernaartoe. De strijd die gevoerd moest worden. Het lijden dat uitgesproken moest worden. Dat proces kan in een verloren rechtszaak eveneens waarde hebben. Daar gaat dit boek over.’

Promofilm voor strafpleiters

‘Ik heb het gevoel dat ik naar het meest bizarre requisitoir heb zitten luisteren dat ik heb gehoord in al die jaren dat ik meeloop,’ zegt strafpleiter Bob Vink aan het begin van zijn pleidooi. En hij loopt al een tijdje mee, kan de kijker vaststellen.

Vink realiseert zich ongetwijfeld dat de camera op hem gericht is, enig gevoel voor drama kan hem niet worden ontzegd. Hij is niet alleen raadsman van een verdachte, maar ook hoofdrolspeler in de documentaire die aan de rechtszaak is gewijd.

De strafpleiter trekt van leer tegen het OM dat zojuist gevangenisstraf heeft geëist tegen zijn cliënt. De zaak draait om de gepensioneerde Peter Putker die ervan wordt verdacht in 2015 zijn vrouw te hebben gedood tijdens een zeiltocht voor de kust van Colombia. Putker beweert dat het echtpaar het slachtoffer is van een roofoverval, maar het OM (dat de zaak heeft overgenomen van de Colombiaanse justitie) zegt dat hij de dader is.

Regisseur Walter Stokman (een vriend van Vink) filmt de rechtszaak, maar toont ook videobeelden van het echtpaar in betere tijden, hun zeilboot Lazy Duck en de plaats delict én een aantal getuigen. Als in een echte whodunit blijft de kijker tot op het laatst in het ongewisse over het oordeel van de rechter.

Stokman slaagt erin op boeiende wijze inzicht te geven in het verloop van een strafzaak, inclusief de rol van rechter, officier van justitie én raadsman. Ook de emoties van Putker (niet alleen zijn vrouw kwijt, maar ook nog verdacht) en diens familie krijgen ruim baan.

Zonder de afloop te willen verklappen, luidt de conclusie dat Lazy Duck een prima promotiefilm is voor het vak van strafrechtadvocaat.

Lazy Duck is te zien op donderdag 13 oktober, 22.20 uur bij de VPRO op NPO 2. Daarna via Uitzending gemist.